schakelen Drinkwater
 
  

 
 

 

 

 

 

 


In Mathieu's tijd had Nederland geen waterleiding. Voor drinkwater werd regenwater opgevangen in diepe putten waar het koel en schoon bleef. Het werd gefilterd met grint of cokes en met de hand opgepompt voor gebruik in huis. In de steden werd het regenwater opgevangen van de daken en opgeslagen in waterkelders.

 

Na een typhus epidemie in 1866 werd een begin gemaakt met de aanleg van het waterleidingnet. In 1922 waren er nog maar dertigduizend aansluitingen. Op elke 100.0000 inwoners waren er 25 typhusgevallen. 

 

In het archief zit een briefje uit augustus 1924, van de dan 9-jarige Huub Bury die bij zijn oom Pierre Veugen in Maastricht gaat logeren:

 

"Lieve moeder, ik ben goed overgekomen. (...)  Weet u wat ik zoo erg jammer vind d'r is geen waterleiding. 't Eten is hier heel lekker."

 

Blijkbaar was Nijmegen al aangesloten maar Maastricht nog niet. In 1950 had twintig procen van de Nederlandse huishoudens nog geen waterleiding.